heldering van het mysterie voor zichzelf opeiste, leed het geen twijfel, dat hij zijn eigen aandeel daarin niet onbelangrijk vond. Nu, Hans had daar geen enkel bezwaar tegen. Misschien had de oude baas nooit in zijn leven een echte slag geleverd. Toen Nederland in de oorlog verwikkeld raakte, was hij reeds gepensioneerd. Was het dan niet een geluk voor hem, dat hij zich op zijn oude dag nog op een triomf kon beroemen?
Waarom wil de mens bij tijd en wijle zijn geboorteland verlaten? Zelden omdat hij er een afkeer van heeft, meestal omdat hij, ondanks zijn grote liefde voor zijn eigen land, eens een andere atmosfeer wil inademen, andere dingen, een andere natuur zien, mensen een taal horen spreken, die van zijn moedertaal verschilt. De verandering is niet alleen boeiend, zij ontspant ook de geest van de mens, die zo sterk de neiging heeft, in een sleur of in schemas vast te lopen. Het overschrijden van een grens kan bijna een gevoel van bevrijding geven.
In dit geval was het, wat Hans betrof, zeker niet het geval. Want het land, dat zij binnenreden, heette Duitsland en de taal, die er werd gesproken, had hij enige jaren, onder de gruwelijkste omstandigheden, om zich heen gehoord. Destijds had hij zich voorgenomen, als hij uit de hel ontkwam, dit land nooit meer te betreden. Nu was hij er toch weer, zij het op doorreis. Oude beelden kwamen in hem boven, maar de verontwaardiging, de weerzin, die hem eenmaal had vervuld, was geweken. Men kon niet bij het verleden blijven stilstaan, wanneer men wilde leven. En leven betekende, zijn krachten wijden aan alles wat het
263