gerechtvaardigde moederlijke trots was, en hij wilde de oude vrouw dan ook niets verwijten. Het lag geheel aan hemzelf, dat hij het in haar omgeving, in de rustige stad niet kon uithouden.
Bovendien lag hier niet zijn toekomst. Maar waar dan wel? Hij had de laatste tijd niet meer gesolliciteerd, hij kon zich nu veroorloven, even te wachten. Maar waarop eigenlijk? Tot zijn moeder hem een even eenvoudig als praktisch voorstel aan de hand deed.
„Waarom zou je niet promoveren?” vroeg zij.
Hans keek haar verrast aan. Hoe kwam die lieve, goede vrouw daarbij? Maar zo heel verwonderlijk was dat niet. Hij had zelf eens, enkele jaren geleden, terloops gezegd, dat er een kwestie was, die hem bijzonder interesseerde. Zijn moeder herinnerde zich zelfs nog, dat het met erfrecht te maken had. Nu ja, dat had hij zich indertijd wel laten ontvallen, maar hij had op dat moment evengoed kunnen zeggen, dat hij wel eens een reisje naar de maan wilde maken.
Thans echter stonden de zaken er volkomen anders voor. Hij had geld, hij kon zich in alle rust wijden aan het schrijven van een dissertatie. Daarvoor zou hij naar de hoofdstad moeten terugkeren, daar kon hij over de nodige boeken beschikken en voortdurend contact onderhouden met de professor, bij wie hij zou promoveren.
Hij was zo blij met het voorstel, dat hij zijn moeder omhelsde. Zij was op haar beurt blij, omdat haar denkbeeld zon goed onthaal bij hem vond. De ware, de diepste reden van zijn blijdschap begreep zij echter misschien niet. Deze lag in het feit, dat niet alleen de studie Hans aantrok, maar ook de gedachte, dat hij nog wat uitstel zou hebben, al-
254