met ogen vol tranen, vielen elkaar om de hals. Het duurde even, eer er een einde was gekomen aan het uitwisselen van omhelzingen, goede wensen en handdrukken.
„Nu moet ik nog iets zeggen,” sprak Hans, toen de eerste emotie voorbij was. „De verdwijning van mijn tante is volkomen opgehelderd. Het ogenblik is nog niet gekomen om u alle bijzonderheden te vertellen, maar in ieder geval is mijn tante niet vermoord en baron Waelenburgh heeft in de feiten, die aan het licht zijn gekomen, aanleiding gevonden, mij een bedrag uit te keren, dat ver boven de honderdduizend gulden ligt.”
„Goeie hemel!” riep Poolman uit, en de vrouwen begonnen bij deze mededeling opnieuw te schreien, ook Marie, die reeds die ochtend, na Hans terugkeer, haar eerste tranen had gestort.
Er kwam een fles wijn op tafel en alle wensen werden nog eens met officiële klemtoon herhaald.
Toen zei Hans:
„Ik ga even naar het postkantoor om mijn moeder de gelukkige afloop te telegraferen en haar te zeggen, dat ik morgen kom. Misschien kunt u inmiddels de dames Roo-vers en Tersteeg en meneer Blinxma vragen, of ze ook hier willen komen om een glaasje te drinken. Ze hebben van het begin af erg met mij meegeleefd, vooral meneer Blinxma.”
Het was daar in die kamer binnen korte tijd een bijenkorf. De oude dames raakten bijna van streek door het tweevoudige nieuws. Dat van die verloving, nu ja, daar hadden ze al zo n idee van gehad, maar dat de kwestie van die tante zo volkomen opgehelderd zou worden, dat hadden ze niet meer durven geloven.
250