dat alle leden der familie Waelenburgh jarenlang hadden verzwegen, uit angst voor de baron. En dat niet alleen: hij moest de gevolgen onthullen van de houding, die deze vader tegenover zijn zoon had aangenomen.
Hans vond geen passend antwoord op het schelmse knipoogje, dat kolonel Blinxma hem toewierp, toen hij de deur uit ging. Misschien dacht de oude snorrebaard, die natuurlijk weer iets van het telefoongesprek had opgevangen, dat zijn huisgenoot zich bij zijn terugkomst officieel zou bekendmaken als de opvolger van rentmeester Van der Pek. Nadat hij enige minuten had gefietst en de kom van het dorp achter zich had gelaten, stapte hij af. Hij was vroeg genoeg en een eindje lopen zou hem goed doen, hem helpen zijn gedachten te verzamelen. Hij vroeg zich af, waarom Marie er ditmaal geen aanmerking op had gemaakt, dat hij als boodschappenjongen werd gebruikt. Want, nietwaar, nu Aletta eenmaal had gebiecht, zou zij net zo goed zelf met die brief naar haar vader hebben kunnen gaan, althans het document aan hem opsturen. Waarschijnlijk was haar angst nog altijd groter dan haar moed. Maar Marie? Ook haar opvatting was wel te begrijpen. Nu er van geld sprake was, had zij er geen enkel bezwaar tegen, dat hij een obstakel voor Aletta uit de weg ruimde. Of zag zij het nog anders? Bijvoorbeeld zo: dat hij meer kans had de baron murw te maken, indien hij hem met die brief kon overrompelen? Hij had echter geen overrompeling in de zin, al wist hij nog niet precies hoe hij de zaak zou aanpakken.
In tegenstelling tot de vorige keren zat baron Waelenburgh niet achter zijn schrijfbureau, maar in een van de
244