Hans onderdrukte met moeite een glimlach en vroeg quasi-onnozel:
„Wat bedoelt u, meneer Blinxma? U spreekt in raadsels!” De kolonel duwde nerveus zijn snor omhoog en schraapte zijn keel.
„Kom, meneer Bartels, wij begrijpen elkaar toch wel! Ik heb u indertijd een vertrouwelijke mededeling over de familie Waelenburgh gedaan...”
Dat wilde Hans wel toegeven, al wist hij eigenlijk niet, in hoeverre die mededeling vertrouwelijk was geweest. Maar het was hem niet duidelijk, waarom Blinxma daarop in verband met deze reis zinspeelde en nog minder, wat de verdwijning van zijn tante daarmee te maken had.
„Als u het zo graag wilt weten,” zei hij enigszins uit de hoogte, „kan ik u verzekeren, dat het zuiver een particuliere aangelegenheid van baron Waelenburgh betreft.” Dit was voldoende om de kolonel te doen afdruipen. Hans nam hem zijn vrijmoedigheid nauwelijks kwalijk. Het geval was de hobby geworden van de oude baas, die niets anders had om zijn leven te vullen, behalve de conversatie in het pension en aan de bittertafel. Dat het spoor van tante Adriana nog steeds onvindbaar was, moest hem heviger kwellen dan een militaire debacle.
Maries ouders gedroegen zich discreter. Nadat hij hun had verteld, dat hij over een half uur zou worden afgehaald en daardoor niet bij de lunch en misschien ook niet bij het avondmaal aanwezig kon zijn, stelden zij geen enkele vraag. De pensionhouder keek Hans alleen even met een zekere bewondering aan, nu hij met de machtigste man uit de streek op zulk een voet van vertrouwen
205