en die ik misschien kan helpen, al weet ik nog niet hoe.” „Maar als je hen helemaal niet kunt helpen en alleen maar jezelf benadeelt?”
„Dat merk ik gauw genoeg,” antwoordde hij, „en dan trek ik me terug. Want je denkt toch niet, dat ik het geval als een pretje beschouw?”
Ze greep zijn rechterhand, die langs de binnenkant van de leuning omlaag hing.
„Goed dan,” zei ze, „als je er zo over denkt...”
„Begrijp je me, Marie?”
In plaats van te antwoorden, trok ze hem van de leuning. Ze omhelsden elkaar langdurig.
203