mevrouw Arnault, geboren baronesse Waelenburgh.”
„Ik vermoed, dat dat de oudste dochter van de baron is,” zei Hans, die gehoord had, dat deze dochter in Den Haag woonde.
Hij keek zijn confrater aan, maar diens gelaat verried niets* Het was duidelijk, dat hij zich niet zou uitlaten over een cliënte van hem. Trouwens, wat had Hans ermee te maken? Hij kon echter niet nalaten, een opmerking te maken over de machtspositie, die de familie hier lange tijd had ingenomen en over de macht, die zij misschien achter de schermen nog uitoefende.
„In onze tijd berusten machtsposities meer op geld dan op een oude naam,” meende Burgers.
„Nu, aan geld zal het daar ook niet ontbreken,” antwoordde Hans, alsof hij niet enigszins op de hoogte was van het vermogen der familie Waelenburgh.
Burgers scheen er geen behoefte aan te hebben, langer over het onderwerp door te gaan, want hij begon over iets anders. Maar Hans bleef zich in gedachten bezighouden met het merkwaardige feit, dat deze man ook al iets met de familie Waelenburgh te maken had. Bestond er zoiets als toeval? Of was dat slechts een ontoereikend woord voor de vele treffende en onverklaarbare dingen, waarvoor een mens in de loop van zijn leven te staan kwam? Sinds Hans in Eelstwoude was aangekomen, was hij al enige malen op zulke zogenaamde toevalligheden gestuit. Kort nadat de rentmeester hem de naam van Alfred Waelenburgh had genoemd, begon ook oud-kolonel Blinxma over die jongen en bleek van diens geschiedenis op de hoogte. Evenals Hans had hij een verband willen zoeken tussen Alfred en Hans verdwenen tante. Mevrouw Dekkers had
194