De waarheid van dat oude spreekwoord was Hans nooit zo duidelijk geweest als op dit moment. Hij zou die waarheid niet meer uit het oog verliezen. De familie Waelenburgh moest haar vuile was maar zonder zijn hulp reinigen.
Op grond van deze overwegingen achtte Hans het geraden, niet op de laatste woorden van de baron in te gaan. Deze zei:
„Enfin, ik dank u zeer, dat u gekomen bent. U hebt mij een grote dienst bewezen.”
„Dat vind ik bijzonder prettig,” antwoordde Hans, terwijl hij opstond.
De baron drukte op een belknopje. Gedurende de weinige ogenblikken vóór de komst van de huisknecht stonden de beide mannen zwijgend tegenover elkaar. Toen namen ze met een eenvoudige groet afscheid, waarbij Hans niet vergat, de beste wensen voor de freule te uiten.
Zijn afwerende houding moest de baron nu wel zeer duidelijk zijn geworden en de bezoeker ging heen met het gevoel, dat hij een gevaarlijke klip niet zonder behendigheid had omzeild. Hetgeen niet wegnam, dat hij nog steeds niet precies wist, waar die klip nu eigenlijk lag.
190