DERTIENDE HOOFDSTUK
voorlopige resultaat van Hans' bezoek aan Fichtel
e enige mens, die enthousiasme toonde over het
was oud-kolonel Blinxma. De anderen rilden toen Hans de beschrijving herhaalde, die de veldwachter over het lijk had gegeven. Maar hun gegriezel duurde niet lang. De zaak was nog steeds onopgehelderd; men zou er pas weer belangstelling voor krijgen, als er werkelijk iets overtuigends aan het licht kwam. Vage gegevens waren er nu meer dan genoeg.
Hans nam een houding aan, welke het midden hield tussen die van Blinxma en die van de overige pensionbewoners. De zaak bleef hem bezighouden. Eigenlijk meer doordat ze hem stof voor allerlei overpeinzingen gaf dan door zijn vurig verlangen om het mysterie te ontsluieren. In een dollarerfenis geloofde hij al lang niet meer, die was even grondig vergaan als de stoffelijke resten van de ongelukkige vrouw, die daar jaren in de sloot had gelegen. Zijn voornaamste zorg echter gold de kwestie-Van der Pek, of misschien was het beter te zeggen, de kwestie-Aletta Waelenburgh. Er gingen enige dagen voorbij, zonder dat hij iets van de rentmeester hoorde. Eenmaal nam hij s middags een vluchtig kijkje in de gelagkamer van De Posthoorn, maar Van der Pek was er niet. Wel kolonel Blinxma, die hem gelukkig niet zag, anders had hij Hans zeker naar de stamtafel geroepen.
170