„Ik betwijfel of zijn macht dit mysterie kan ophelderen,” zei Hans. „Ik heb trouwens al met zijn rentmeester gepraat”
„Nu ja,” sprak Klooster, terwijl hij hem ten afscheid de hand reikte, „je moet bij dergelijke geheimzinnige voorvallen geen mogelijkheid tot opheldering onbeproefd laten, nietwaar?”
De familie Poolman was geabonneerd op het blad, waarin het interview zou verschijnen. Reeds de avond nadat de journalist Hans had bezocht, vouwde de pensionhouder zeer benieuwd de krant open, maar hij kon het stuk niet vinden. Hans verzekerde zijn gastheer glimlachend, dat de zaak niet gewichtig genoeg was om er op stel en sprong ruchtbaarheid aan te geven. De wereld was vervuld van spanningen en de atoombom een belangrijker onderwerp dan een dame, die vijftien jaar geleden was zoekgeraakt. Hetgeen een protest uitlokte van de kolonel. Misschien, zo meende hij, waren er voor de wereld als geheel belangrijker onderwerpen, maar voor deze streek en zeker voor Hans persoonlijk was dit op het ogenblik het grote probleem.
„Ik vraag me wel eens af of er nog vuur genoeg zit in de jeugd van tegenwoordig,” besloot Blinxma zijn tirade.
„Er zit zoveel vuur in de wereldsituatie, dat er voor de jeugd misschien niet genoeg overblijft,” antwoordde Hans. De oude baas hield niet van dit soort grappen. Of de wereld in brand stond of niet, ze had altijd behoefte aan kerels.
„Maar, beste meneer Blinxma,” zei Hans in antwoord op het nauwelijks verhulde verwijt, „vertelt u me nu eens
155