Het geheim van De Beukenhorst

Titel
Het geheim van De Beukenhorst

Jaar
1957

Overig
roman

Pagina's
272



predikant Vermeer had gevoerd, had hem nieuw vertrouwen geschonken. Nu hij echter kwam te staan tegenover iemand, die zo duidelijk aan de toekomst twijfelde, was het hem even, of de grond onder zijn voeten wegzonk. Als om zijn eigen onzekerheid te overstemmen, betoogde Hans:

„Ik geloof, dat we de dingen groot moeten zien, niet met enkele jaren, maar minstens met tientallen jaren rekenen. De mensheid is nog niet oud. Als ze eenmaal werkelijk volwassen wordt, zal ze leren haar eigen leven draaglijk te maken.”

„Dat geloof ik ook,” viel de burgemeester hem bij. „We zijn nog lang niet aan het einde van onze mogelijkheden, misschien pas aan het begin.”

„Nu, ik ben blij, dat jullie er allemaal zo over denken,” zei Aletta.

Het klonk Hans in de oren, alsof ze had gezegd: Praten jullie maar, jullie weten niet beter... Hij wierp een blik op zijn horloge en stond op. „Het wordt mijn tijd.”

„Ik moet ook eens gaan,” liet Aletta onmiddellijk volgen. Daardoor werd het wel onvermijdelijk, dat zij samen het tuinpad afliepen, de freule met haar fiets aan de hand, Hans enigszins verward, doordat zij kennelijk er op had aangestuurd, met hem alleen te zijn.

Nauwelijks waren ze buiten gehoorsafstand van het huis, of ze vroeg hem op een inquisiteurstoon:

„U bent dezer dagen bij mijnheer Van der Pek geweest, nietwaar?”

Hemel! het leek wel of ze iedere voetstap van hem had nagegaan. Hij had overigens geen reden om zijn bezoek aan de rentmeester te verheimelijken.



147

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.