Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



kend op het lijk, maar Bauer zag zwijgend toe. Zijn vuisten, verborgen in zijn broekzakken, waren hard en koud als het levenloze overschot van zijn zoon. Verdriet? Tranen? Hoe zou zijn wanhoop, die de wereld vulde, nog kunnen toenemen? Hij ging naar kantoor, er wachtte werk, veel werk. Zijn gang had niets aan veerkracht ingeboet, zijn lichaam was ongebogen. Hij zag de hemel aan, de zwijgende hemel, waaruit nooit, in der eeuwigheid niet, een stem zou klinken tot hem, Jan Bauer. Hij begroette Van Heel, liet zijn vingers langs de stapel brieven glijden en zei:

‘We moeten hard werken. Mijn zoon is overleden/

‘Uw zoon? ... Jan? .. / Van Heel werd bleek.

‘Verdronken. Vanmorgen thuisgebracht. Doe me een genoegen en praat er niet over/

De knieën van de jongen knikten, hij kon haast geen woord uitbrengen. Bauer keek hem aan. ‘Drink een glas water/

‘Ja, maar ... om Godswil... wat.. /

Bauer sloeg met de vuist op tafel. cZwijg! En als je er beroerd van bent, ga je maar naar huis!’

Eén, twee uur lang hield Bauer het vol, las de post door, dicteerde brieven, gaf orders. Toen werd het hem zwart voor de ogen. God in de hemel! Mijn zoon, mijn jongen... Ik ben schuldig, ik, ik, niemand anders... Hij sloeg als een rund tegen de vloer. Blom, zelf wit als een lijk, wist hem overeind te krijgen, nam hem onder de arm, mee naar buiten. Het was een windloze dag. Er scheen een schrale zon, schuchtere voorbode van de komende lente. Tranen biggelden langs Bauers wangen. Zijn lichaam schudde, alsof hij dronken was. ‘Je hebt gelijk gehad, Blom, je hebt gelijk gehad.. / De dokter gaf geen antwoord. Het slepende geluid van hun voetstappen sprak de duldeloze zwaarte van het leven uit.

Het huis was een graf. Het personeel ging zwijgend rond, en voorzichtig, alsof de atmosfeer van glas was. De vrouwen zaten in de huiskamer, met hun tranen, die niet ophielden te vloeien. Tegen de middag verscheen Henk. Er werd nauwelijks gesproken, verklaringen waren overbodig. Bauer kon niet stilzitten, liep van huis naar kantoor, van kantoor naar huis, steeds begeleid door Henk. Honderd en één dingen moest hij regelen, zijn aanwezigheid was vereist, nu hier, dan ginds. Later werd alles nog erger. Familieleden, gestalten uit een

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.