in alle processen in te grijpen. Er zijn dingen, waar je eerbied voor moet hebben, ondanks alle graden en diploma’s/
Blom zei, dat het inderdaad een gevolg van zijn opleiding kon zijn. Hij stond als arts in de wereld, hij behoorde tot het akelige soort, dat overal hulp moest bieden.
‘Ik doe het blijkbaar met meer hartstocht dan ik mezelf toeken. Ofschoon ik, gek genoeg, in principe tegen elke hulpverlening ben.’
‘Aan die filosofie hebben we niets! Toen vader terugkwam, dacht ik, dat het goed zou gaan. De vonken spatten van hem af. Nu bent u gekomen en hebt over de opvolging gepraat. En als vader zich uit de zaken terugtrok? Dan zou er helemaal niets van hem terechtkomen!’
Het huilen stond haar na. Blom, die veel van Koosje hield, voelde zich bijna schuldig. In onverschrokkenheid was dit meisje zijn meerdere.
'Ik heb niets bedorven,’ zei hij. ‘Als je even nadenkt, zul je dat wel inzien. Mijn ingreep is hardhandig geweest, dat is waar. Ik wilde hem voor de consequenties van zijn toestand stellen, nog eer hij aan het uiterste toe was. Misschien, doordat hij zich nu alles scherp heeft moeten realiseren ..
‘Had vader dat nodig? Een man, die dag en nacht worstelt...’ Voor het eerst in haar leven zag Koosje, dat Blom het te kwaad kreeg. Zijn hoofd, dat hij op zijn hand gesteund hield, zonk iets voorover. Zijn stem klonk schor, toen hij zei:
‘Je vader is mijn enige vriend. De vriendschap kan tot vreemde dingen leiden, dat zie je wel... Maar nogmaals: ik geloof niet, dat er iets is bedorven.’
De moeilijkheden bleven groot. Jan Bauer, de jonge, kon niet verdragen, dat hij de verwachtingen van zijn vader zozeer had beschaamd. Het uitblijven van verwijten kwelde hem meer dan een geweldige uitbrander zou hebben gedaan. Dat geloofde hij althans. Zijn broer, die de Prix de Rome had gewonnen, was op weg naar roem en succes. Zijn zuster, niet minder begaafd, zou het er even goed afbrengen. Alleen hij, die het bed opgemaakt had gevonden, voor wie een prachtige zakelijke carrière was weggelegd, kon niets, totaal niets. De vreemde en prachtige man, die zijn vader was, wiens leven één voortdurende crisis was geweest en die nu meer dan ooit op hem had gerekend, moest ondervinden, dat zijn opvolger hem in de steek liet. Hij
179