Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



toeschouwer. Als die niet levend is, kan hij er niets uithalen.* ‘Ik heb heel wat uit die schilderijen gehaald, dat verbeeld ik me althans. Maar de levende mens, het levende, het beweeglijke .. .’

Bauer hield op. Hij was ver genoeg gegaan. Dat was het immers juist: dat hij niet stil kon staan, dat hij voort moest, altijd voort, hoewel hij sedert lang wist, dat hij zijn doel niet zou bereiken.

Van de ochtend tot de avond sjouwde hij met Koos door de stad. Slechts nu en dan rustten zij op een bank of in een café wat uit. Hij zag de schoonheid van de oude grachten, maar liever waren hem het IJ en de havens, met hun korte, nijdige golfslag en hun intens bedrijf te water en te land. Arbeid, schoonheid van mensen, die werkten met de handen, met heel het lichaam. Hij droomde, alsof hij niet dagelijks tal van werkende mensen om zich heen zag. Niet alleen om het loon werd hier gearbeid, maar om aan een diepe drang gehoor te geven. Zoals de wind moest waaien, zo moest de mens werken. Het aspect van de woonwijken der volksklassen joeg alle gedroom op de vlucht. Vreugdeloos, grauw, opeengehoopt, vervuild, onafzienbare kudden menselijk vee. Hierbij was Stormoord in zijn donkerste dagen een idylle.

‘Hier moest iets aan gedaan worden!’

Koos herinnerde hem er aan, dat allerlei sociale instellingen in deze stad door hem werden gesteund. Wat hij nu zag, was hem al eerder, schriftelijk en mondeling, uiteengezet, verlucht met cijfers en statistieken.

‘Hoe, in Godsnaam, houden ze het uit?’

Hij was een man alleen, een vreemdeling, die opging in de menigte. Het begon hem te benauwen. In Stormoord was hij tenminste iets, al was het ook maar als vijand. Hij moest terug. Henk en zijn vriend, Hans Martens, waren de laatste avond in het hotel te gast. De jonge kunstenaars, gewend aan sobere maaltijden, deden zich te goed. Bauer zag het door de vingers, voor deze keer. Martens werd zelfs lichtelijk aangeschoten en begon een toast op Jan Bauer, de grote kunstbeschermer, de... ‘Hou je waffel!’ beet Henk hem toe en gaf zijn vriend een por in de ribben.

De volgende morgen, toen Henk zijn ouders naar het station bracht, informeerde Bauer naar die vriend.

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.