Tegen een buitenlandse reis - Zuid-Frankrijk, Italië - had hij zich hardnekkig verzet. Hij voelde geen behoefte, zijn leden in lauwe zonneschijn te baden. Regen, wind, sneeuw en vorst -de felle klauwen der natuur, zonder de omwikkeling van fluwelen handschoenen.
Een week lang zat hij met Koos in een klein Gelders hotel. Er was geen sterveling, buiten hen en het personeel. De hoge, naakte boomkruinen met hun naalddunne twijgen stonden huiverend tegen de jagende hemel. Bauer was vroeg op en ging, bij gebrek aan bezigheden, wandelen. In de natte, roestige hei met de hemelstolp er boven dook hij onder als in de muil van een gigantisch dier. Dit was Stormoord niet, maar het was hetzelfde elementaire geweld van krachten, die hij liefhad en haatte. Wat zocht hij hier? Waarom mocht hij zijn zaken niet drijven? De smalle zandpaden lagen voor hem als eindeloze armen, die zich naar de horizon uitstrekten. Hij voelde zich ziek en ging terug naar het hotel.
‘Ik ga naar huis!’
‘We zijn pas een week weg/
‘Lang genoeg om me beroerd te maken/
‘Waarom wou je dan ook naar deze uithoek? Blom had immers Amsterdam aangeraden/
Hij liet zich bepraten en vertrok met Koos naar de hoofdstad. Hoewel hij sinds de grote vlucht van zijn zaak ontelbare keren in de stad was geweest, bleef hij er een vreemdeling, die er zich nooit langer dan strikt noodzakelijk ophield. Ze logeerden in een deftig hotel in het centrum. Na de beklemming van het mensenloze, verregende land was dit een verademing. Beweging, geluid, actie. Mensen, die leefden, vreugde en leed ondergingen. En mensen zijn groter dan hemel en wind. Bauer wist het. Ze liepen langs een gracht. Het water was bijna zwart op deze grauwe winterdag. Het spiegelbeeld van bomen en huizen wees naar een afgrond. Onder het zichtbare leven heerste het verborgene, het kluwen van hartstochten, dat Bauer noch in zichzelf, noch in anderen ooit had kunnen ontwarren. Maar de gave, die hem niet was geschonken, bezaten sommigen tenminste gedeeltelijk.
Aan de rand van de stad bewoonde Henk kamers, samen met een medeleerling van de Academie. Ieder woord, ieder gebaar van hem verried spanning, maar helder en beheerst. De vader
174