‘Waarom hebt u vader verandering van omgeving aangeraden?’ ‘Omdat hij, met alle respect voor zijn tegenwoordige omgeving, hier geen geestelijke voedingsbodem meer heeft. Hij moet nieuwe indrukken opdoen, proberen zich met iets anders dan werk onledig te houden. Ik beschouw dit als een maatregel, die niet van lange duur hoeft te zijn. Hij moet een schok hebben, een andere kijk op de wereld krijgen. Dat is hem al vaker overkomen. Misschien zal hij het daarna hier beter kunnen uithouden.’
‘U valt me, eerlijk gezegd, tegen. Is vader een man om uitstapjes te maken? Zal een landschap of een stad of wat ook enige invloed op hem hebben? Hij leeft op enkele dingen: moeder, ons, u, zijn zaak en niet te vergeten Stormoord. Dacht u, dat op zijn leeftijd en bij zijn karakter iets als verstrooiing vat op hem zou krijgen? U probeert een lijn om te buigen, maar daar is ze veel te hard voor.’
‘Weet je wat je zegt, Koosje?’
Het meisje sloeg de handen voor het gezicht, maar liet ze onmiddellijk vallen.
‘Probeer het,’ zei ze, ‘probeer het!’
‘Nee, nu moet jij proberen.’
Koos, niet bij machte, het gesprek geheel te volgen, werd er nog meer door verontrust. De betekenis der woorden zei haar minder dan hun accent, hun klank. En dan de ogen van die twee mensen, waarin iets weerspiegeld stond van de ernst der dingen, die ze met woorden aanroerden.
‘Wees niet zo ongerust, moeder,’ zei Koosje, nadat Blom was vertrokken.
‘Het gaat misschien maar om hersenschimmen. Door veel denken wordt een mens niet altijd wijzer, het kan hem ook tot zonderlinge kapriolen verleiden. Ik ga nu even weg, naar vader. Je weet hoe goed we samen kunnen opschieten Ik maak alles in orde.’
Ze liep door de waterkoude winteravond. Wolkflarden joegen langs een bleke maan. Even had ze moeite om een opkomend verdriet te weerstaan. Stormoord was bar en verlaten. Alleen barre en verlaten mensen konden er leven, tot zij te gronde gingen. Maar toen zij aanbelde aan het donkere gebouw, was die stemming al voorbij. De concierge zei haar, dat de conferentie zojuist was afgelopen, de bezoekers vertrokken. Koosje
170