droegen zijn beeld in zich, zij namen het mee, waarheen zij gingen. Dit beeld, de herinnering aan het kleinhartige, maar ook barre en grootse Stormoord, en het soms onweerstaanbare bewustzijn, dat zij temidden van veel dwazen en boven hun geestelijke stand levenden de enigen waren, die het brandmerk der uitverkorenheid droegen, dreven hen tenslotte altijd weer naar elkaar toe. De enigen waren zij ook, in wie een onuitroeibaar religieus besef leefde. De andere kinderen, geboren uit de liberale burgerstand, konden zich bij al hun vrijgevochtenheid niet losmaken van een ideologie, die het hoogste heil vond in het kader van een door leugenachtigheid verziekte maatschappij. Zij praatten van ascese, van verbreking der conventies, van juichende zinnelijkheid, van hartstocht en overgave. Maar zij bleven behept met alle vooroordelen van hun stand, zagen niet verder dan het milieu, waarin zij waren opgegroeid, streefden naar geen andere gevoelens dan die van de eenzaam worstelende ziel. De jonge Bauers, ondanks hun individualistische vermomming, kenden meer. Zij waren niet gesproten uit een zelfgenoegzaam geslacht. Van jongs af was hun verantwoordelijkheid tegenover God en de mensen voorgehouden. Zij hadden geleefd onder het bestuur van sterke, stormachtige elementen: hun vader, de wind, de zee. Nu zij tot de jaren des onderscheids waren gekomen, konden zij stap voor stap de ontwikkeling volgen van een man, die waarlijk eenzaam en groot was, en daartoe geen theorieën behoefde. Hun herinnering tastte terug door vergane jaren en veel van wat hun toen onverklaarbaar voorkwam, nam nu een duidelijke gestalte aan. Het was of een wind uit ondenkbare verten op hen kwam aangestormd. Zij zagen het werelddrama zich voltrekken, de tragedie, die altijd weer een enkel machtig hart tot schouwplaats kiest. Zij waren ontroerd en hadden moeite, hun tranen te bedwingen.
Zo dachten en voelden zij in hun beste ogenblikken. Het was dokter Blom, die hen het scherpst doorzag. Bij het vorderen der jaren onderging zijn geestelijke inhoud nauwelijks verandering. Hij bleef de fundamentele pessimist, die in de levensverschijnselen niets anders kon zien dan de werking van een chemisch proces. Toch was hij dichter naar de kern van het leven getrokken, door de magnetische kracht van schoonheid en hartstocht, die de atmosfeer hadden geladen. De mens mocht
163