Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



in de glorie, al ontbrak de kritiek niet. De kinderen, die als spoorscholieren weinig kameraden thuis hadden ontvangen, strooiden uitnodigingen rond om van de tennisbaan gebruik te maken. Bauer kon niet nalaten het rappe bewegen van die jonge, lenige figuren te bewonderen. Het was of er een golf zonlicht over hem heen werd geworpen. Ja, de oude tijden waren somber geweest en hij was een kind van die tijden. Maar die nu opgroeiden, zouden het beter hebben. Zij dompelden hun lichaam in licht en lucht en water. Zij hadden de natuur, Gods schepping, lief. Zij kenden de vreugde, en het was niet verboden, verheugd te zijn. Zelfs als zij God niet kenden, waren zij Hem nabij.

Zo dacht Jan Bauer, meegevoerd door de stroom van jong geluk, die door zijn huis voer. Toch maakte hij zich niets wijs. De donkere kanten van het leven konden niet worden uitgewist. Er werd geleden, er zou worden geleden tot het einde der tijden. En wie kon zeggen, wat er over jaren, misschien over een maand reeds, zou zijn geworden van die jonge gestalten, die zich nu als vlinders in de zon bewogen? Des te meer reden, om het geluk te grijpen, waar het zich aanbood. Het was door gedachten als deze, dat hij er toe kwam, zijn kinderen te zeggen, dat hij er geen bezwaar tegen had, indien er des zondags werd getennist. Aanvankelijk hadden ze het niet gedaan, overtuigd dat dit niet overeenkwam met hun vaders inzichten. Maar al vond Bauer dit goed, de publieke opinie dacht er anders over. Ten aanschouwen van ieder, die er naar wilde kijken, speelden de jonge Bauers op zondagmiddag dat nieuwbakken kaatsspel-letje. Het was een gruwel voor iedere christen. Zo spraken degenen, die zich het monopolie van rechtgelovigheid toekenden. Het waren er velen. Bauer was Oostindisch doof voor deze stemmen, die hij al zo vaak in zijn leven had getrotseerd. Maar nu kwam de dominee zelf er aan te pas. Hij vroeg Bauer, of deze het met zijn opvattingen van zondagswijding kon overeenbrengen, dat zijn kinderen zich in het zweet renden om een bal te slaan. De fabrikant antwoordde, dat hij daar geen ontheiliging van de dag des Heren in kon zien. Het was minder belangrijk wat men deed, dan hóe men het deed. De kwezels, die de hele dag achter hun hor zaten en hun medemensen belasterden, mochten naar het uiterlijk nog zo braaf zijn, hij gaf geen cent voor die vroomheid. Zijn kinderen, Bauer stond er voor

159

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.