leren inzien dat er in dat kunstgedoe iets zit, dat met mijn eigen aanleg overeenkomt. Je begrijpt me waarschijnlijk wel. Nu ben ik er bang voor, dat je uit angst me voor het hoofd te stoten, niet met je plannen voor de dag durft te komen. Doe dat gerust. M’n ziel hangt niet aan de zaak. Je moeder en jullie, iets anders telt niet voor mij...’
Henk stamelde. ‘Waarom... Ik begrijp niet... ik weet nog niet...’
‘Goed, dan spreken we er later nog eens over. Je kent nu mijn standpunt.’
Maar opeens kwam de jongen los. ‘Ja, natuurlijk, ik wil schilder worden. Maar kan Jan alleen voor de zaak staan?’
‘Waarom niet? Ik sta er ook alleen voor. En als hij het niet kan, zullen we wel verder zien. Je moet in ieder geval je gang gaan.’
Door deze gesprekken veranderde de atmosfeer in het gezin. De kinderen, Koosje niet uitgezonderd, begrepen, dat ze als volwassenen werden beschouwd. Ze begrepen ook, dat hun vader in de diepten van zijn wezen eigenschappen had verborgen gehouden, die, nu hij ze had geopenbaard, hem plotseling in hun ogen tot een onvermoede grootheid deden stijgen. Wat de jonge kunstenaars in hem liefhadden, was bovenal het leven, de machtige beweging van zijn innerlijk, waarop de jaren geen vat schenen te hebben. Ook herinnerden ze zich moeders verhalen over de grootvader, een somber en gekweld man, die in een krankzinnigengesticht was gestorven. Uit de duisternis van het verleden kwam een lichtbundel op hen toegestoven, die zich al meer verbreedde. Zij stonden in het volle licht, op hen rustte de opdracht, te zeggen wat lange eeuwen ongezegd was gebleven. Ze hunkerden er naar, te studeren, te werken, iets te presteren, naam te maken. Maar nu er een sterke druk van hen was afgenomen, werden ze ook vrolijker, soms uitbundig. Zelfs in het bijzijn van hun vader lanceerden ze grappen, spraken heftig over kunst en kunstenaars en liepen met afleveringen van ‘De Nieuwe Gids3 rond. Koosje waagde het, haar vader om de aanleg van een tennisbaan te vragen. Bauer noch zijn vrouw hadden ooit van het tennisspel gehoord, maar op haar enthousiaste beschrijving werd haar verzoek ingewilligd. De winter was maar nauwelijks voorbij, toen men met de aanleg van de baan begon. Heel Stormoord deelde
158