Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



mig. Het water gaf een vage geur af, die met geen enkele reuk kon worden vergeleken. Voor Bauer was het de geur van de schepping zelf, iets onbepaalbaars, dat hij toch heel goed kende, al sedert zijn kinderjaren. Telkens weer als hij in het gebied van die geur kwam, had hij het gevoel dat de zee, de hele wereld, door zijn lichaam stroomde.

Ze liepen tegen de wind in, zwijgend. Het gekrijs van de strandvogels was scherp, alsof het de ruimte aan flarden sneed. Tenslotte opende Bauer het gesprek; het zwijgen begon hem te verstikken.

‘Ik hou van Stormoord,’ zei hij, Éen ik haat het tegelijk. Maar ik geloof niet, dat ik ergens anders zou kunnen wonen. Ik ben hier nu eenmaal geboren en zal hier ook wel sterven. Toch begrijp ik nooit, hoe iemand zich hier kan vestigen, die er niet om de een of andere reden moet zijn.’

‘De zee, de duinen...’

‘Die zijn ook op andere plaatsen. Voelt u niet het benauwende van dit dorp? Me dunkt, na wat u is overkomen ...’ cIk voel het en ik voel het niet. Het is zo onbelangrijk. Dat ze m’n werk kapot maken, gaat natuurlijk te ver, maar voor ’t overige: wat heb ik met de mensen te maken?’

Meilings stem was langzaam en vaag, alsof hij in de droom sprak. Bauer ergerde zich.

‘U bent ook op anderen aangewezen.’

‘Wie is dat niet? Maar ik ben het precies zoveel als nodig is om in leven te blijven. De rest heb ik achter me gelaten.’

‘U veracht de mensen?’

‘Grenzeloos.’

‘Maar u beeldt de natuur af, bloemen, de zee. U hebt me bij ons eerste gesprek gezegd, dat dat de ware liefde, het ware geloof is. Ik kan me niet indenken, dat men een deel van Gods schepping verheerlijkt en een ander deel, de mensen, verfoeit.’ ‘O, uit de verte kan ik ze liefhebben, althans met ze meevoelen. Hun onderworpenheid aan de eeuwige wetten, hun uitzichtloos bestaan. Maar zodra ik in hun nabijheid kom, zie ik alleen het lage, het platte, het baatzuchtige, het venijnige en jaloerse.’

Er trok een gloed over het groezelige gelaat van de schilder. ‘Ik weet, meneer Bauer, hoe u hebt gestreden met de mensen, hoe u nog met ze strijdt. U moet niet denken, dat ik die strijd

142

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.