Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



Zijn woede, een zo zeldzaam verschijnsel, waar het hen gold, sterkte hen in hun overtuiging, dat Meiling geheimzinnigheden bedreef. En nog meer was dit het geval, toen Bauer het hele terrein liet omheinen met prikkeldraad en vervolgens nog de hut van de schilder afzonderlijk. Norse bordjes verkondigden, dat de toegang was verboden op grond van artikel 461 van het wetboek van strafrecht. De veiligheid van de schilder was een erezaak voor Bauer, een kwestie, die zijn heiligste beginselen raakte.

Meiling mocht een hardnekkig asceet zijn - hij had overigens ook andere perioden gekend - op den duur bezweek hij voor de argumenten van de dokter, dat hij zijn gezondheid door deze levenswijze benadeelde. Ingespannen arbeid en daarbij onvoldoende voeding hield geen sterveling uit. Dwaas die hij was, dat hij Koos5 kostelijke spijzen van de hand wees! Zijn kunstbroeders zouden hem honen, als ze er van hoorden. Meiling zei, dat hij geen kunstbroeders had, hij stond alleen en begeerde niet anders. Maar hij eindigde met Bloms raad op te volgen en gebruikte wat hem uit de keuken van de Bauers werd gebracht.

De heer des huizes had niet vergeten, hoe vurig deze man eenmaal voor zijn zaak was opgekomen. Zijn gedrag bewees, dat hij de wereld verachtte, dat hij een beter deel had gevonden dan het platvloerse heil, dat de samenleving kon bieden. Hij voelde zich meer en meer aangetrokken tot die man. En nadat de schilder een blijk van toenadering had gegeven door de maaltijden te accepteren, waagde Bauer het over alle vooroordelen heen te stappen en Meiling staande te houden, terwijl deze zich naar het strand begaf.

Het was een vroege zondagmorgen, acht uur, laat in de winter. Een groezelig licht hing over de wereld, als een vuile sluier. De twee mannen verschenen bijna gelijktijdig op een duintop, elk van een andere kant gekomen. Zij stonden stil, namen de hoed af. De zee bruiste donker en onverschillig. Het geluid, de kleur der wereld, schroefden Bauer de keel dicht. De wind beet hem in de huid als een kwaadaardig dier. cAls het gepermitteerd is... / zei hij.

‘Natuurlijk!’

Ze gingen samen verder, bij elke stap diep wegzakkend in het mulle zand van de helling. De zee was grauw en onstui

141

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.