dankte haar voor de hulpvaardigheid.
‘Ik laat u iedere middag door een van de meisjes uw warm
eten brengen. Wilt u ook de broodmaaltijden?5
‘Dank u, ik wil niets, volstrekt niets. Ik eet zelden of nooit
warm.5
‘En als u iets anders nodig heeft, geeft u maar een seintje.5 Bauer, die weinig inzicht had in pedagogisch effect, meende dat men eenvoudig kon voortgaan, de jongens de omgang met de schilder te verbieden. Koos was van een andere opvatting. Een man, die met rust gelaten wilde worden, kon geen kinderen om zich heen velen. Voor de tekenles, dat wist Henk wel, vonden vader en moeder hem nog te jong. Ze moesten goed begrijpen, dat ook nu meneer Meiling vlakbij woonde, er niets was veranderd.
Maar ze begrepen het niet. Hun jongensfantasie had uit het verbod al lang kleurige verhalen gedistilleerd. Was Meiling een goudmaker, een alchimist? Henk, die hem zo goed had gekend, kon beter weten. Maar daar hij geen aannemelijke reden voor het verbod kon bedenken, verlustigde ook hij zich in de wilde fantasieën. Waarom hadden de mensen zijn huis verwoest? Henk herinnerde zich het griezelige geraamte, dat hij bij Meiling had gezien. Kon hij geesten bezweren, spoken oproepen?
Nu de man zo onverwacht weer in hun nabijheid was gekomen, stonden ze voor een raadsel, dat alle andere raadselen in ondoorgrondelijkheid overtrof. Ze putten zich uit in gissingen. Hun vader had een verbond gesloten met de schilder. Jan Bauer was een merkwaardig man. De jongens waren oud genoeg om te weten, dat hij tegenover een wereld stond, die hem vijandig gezind was, omdat hij anders wilde dan zij. Waarom zou hij geen gebruik maken van de geheimzinnige krachten, waarover Meiling beschikte, om de wereld naar zijn hand te zetten?
De tuin, of liever het woeste stuk zandgrond, was groot en ongeëffend, zoals de natuur het had geformeerd. Ze slopen en kropen er door, gelijk indianen naar een blokhuis van blanken. Nooit naderden ze dichter dan tot op enige meters afstand, want ze respecteerden het verbod. Maar hun vader, die hen eenmaal betrapte bij dit spel, voer uit. Als ze zich niet behoorlijk konden gedragen, liet hij hen opsluiten, beiden.
140