Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



Toch voelde de schilder er weinig voor, bij de dokter in te trekken. Hij zag geen kans, hier te werken. Hij wilde alleen zijn, alleen wonen. Dan liet hij net zo lief het hele Stormoord stikken.

cIk wou, dat het je lukte! Maar het plezier, dat je de benen neemt, zullen we het tuig niet gunnen! Vanavond weet je meer.’

De arts, die eerst nog enige visites moest afleggen, diende zich zo gauw mogelijk aan bij Jan Bauer, de industrieel, de zonderling, de mensenhater en filantroop, die opnieuw gelegenheid kreeg, zijn dubbelhartigheid te laten blijken. Gisteren geladen met vrees voor de schilder, moest hij vandaag als zijn beschermer optreden. Want deze gebeurtenissen vervulden hem weer met een razende woede. Zijn hand lag tot een vuist gekrampt op zijn schrijfbureau. Aan zorgen was overigens al geen gebrek. Toen het personeel merkte, dat de beschikking was ingetrokken, waarbij het zich rechtstreeks tot de patroon kon wenden, was er ontevredenheid ontstaan. Die eerst geen beroep hadden aangedurfd, voelden zich nu in hun rechten gekort. De chefs klaagden, zij hielden Bauer weer de gevolgen van zijn ontactisch optreden voor. Goed, zei Bauer, dan moest de gelegenheid opnieuw worden opengesteld. Ze waren bij hem gekomen, twee, drie man, met de pet in de hand. Hun positie was goed geregeld, daar lag het niet aan. Maar de chef saboteerde, bevoorrechtte de een boven de ander. Nog even had Bauer in het gerechtvaardigd zijn van de klachten geloofd, ofschoon hij de gezichten haatte. Alles kon worden herleid tot kleinzieligheid, afgunst, wrok. Juist voor de dokter binnenkwam, had hij de laatste ter verantwoording geroepen klager de mantel uitgeveegd, met de vuist op tafel geslagen en gezegd, dat wie dacht hier de atmosfeer te kunnen verpesten, zijn biezen wel kon pakken. Nu ontbrak het er nog maar aan, dat het dorpsvandalisme weer de kop opstak en hem de menselijke kleinhartigheid op een andere wijze toonde.

‘Maar wat kan ik voor die man doen?’

‘Alles,5 zei Blom. cEr staat nog een bouwkeet op de grond achter je huis.5

Dat is geen woning voor een mens. Bovendien.. .5 ‘Meiling kan er in wonen. Hij is met een minimum tevreden.5 Bauer haalde de schouders op. ‘Voor de duizendste keer in

138

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.