Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



hand ten afscheid drukte, had hij sympathie voor hem gevoeld, iets waarvan hij zich niet vaak jegens iemand bewust werd. Hij wantrouwde zichzelf, maar kon er niet uitkomen. De jongens, eenmaal over de teleurstelling van hun verjaging heen, fantaseerden over de haveloze schilder. Hij was een held uit een vreemd verhaal, een slavenhandelaar, een verwilderde bosgeest. Het doek vonden zij mooi, maar alleen Henk schonk het bijzondere aandacht. Al had hij liever iets anders gezien, een landschap, menselijke figuren, ook deze voorstelling boeide hem. Niet lang daarna had hij het adres van Meiling ontdekt en van toen af zocht hij het gezelschap van de schilder. Een oude, gammele visserswoning diende de man als onderdak. De deur stond dag en nacht op een kier, omdat ze in de hengsels was verzakt. In een achterkamer, waar het licht door een speciaal voor de schilder aangebracht hoog raam binnenviel, had hij zijn atelier. Het was er rommelig, zoals in het hele huisje. De jongen ademde hier romantiek in, maar de schilder deed weinig om zijn behoefte daaraan op te voeren. Hij werkte en rookte een pijp. Niet om gezelschap te zoeken, was hij naar Stormoord getrokken, eerder om het te ontlopen. Achter hem lag een geruïneerd huwelijk, een strijd, die hem door diepten had gesleurd, waaruit hij zich alleen door de vlucht, lichamelijk en geestelijk, kon redden. Ondanks het gebrek aan toenadering van de kant van Meiling, liet de jongen hem niet los. Het schilderen verrukte hem, hij vroeg honderd uit. De schilder leerde hem zien, tinten, nuances, schaduwen. Hij stond bij hem, als Meiling aan het strand voor zijn ezel zat en kreeg er enig idee van, dat men de zee tegemoet kan treden zoals men een levend wezen tegemoet treedt. Hij leerde zwijgend te bewonderen. Tenslotte kreeg Meiling plezier in de jongen, liet hem iets tekenen en verklaarde zich bereid, hem les te geven, als zijn ouders het goed vonden.

Maar de ouders vonden het niet goed. Nog voor hij zijn vraag had gedaan, werd hij onder handen genomen over zijn omgang met de kunstenaar. Hij stoorde de schilder in zijn werk, al was deze misschien te goedhartig om dit te zeggen. Wist hij geen spelletjes te bedenken, dat hij in ieder vrij ogenblik achter die man aanliep? De oorzaak van deze ongerustheid was, dat in Stormoord tongen los waren geraakt, toen men het kind geregeld in dat vreemdsoortige gezelschap zag. De appel

135

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.