God werkzaam. Hij had met zijn Schepper om de toekomst willen worstelen, maar hij moest werkeloos toezien. De geest blaast waarheen hij wil.
De moeder hield zich niet alleen in bespiegelingen met haar kinderen bezig. Zij mediteerde zelfs heel weinig. Goede en nuttige mensen moesten zij worden. En ook weten waar zij moesten staan in de wereld. Hun verplichtingen zouden groot zijn. Zonder dat zij uitdrukkelijk moraliseerde, wisten de jongens wat zij van hen verlangde. Zij bewonderden hun vader, de man, die een grote was in het dorp en hun nooit een kwaad woord toevoegde. Reeds vroeg moesten zij met de laster kennismaken, waarvan de giftige adem nog altijd rondwaarde. Men mocht Bauers capaciteiten niet betwijfelen, zijn karakter bleef een steen des aanstoots. Of de jongens niet wisten, wat voor rare dingen hun vader had uitgehaald? Nee, ze wisten het niet, ze wilden het niet weten. Beiden voelden het laaghartige, beiden waren sterk in hun zekerheid, dat vader beter was dan allen, die over hem praatten. Van jongs af hadden zij het moederlijke voorbeeld gevolgd, ze zouden het blijven doen. Ondanks veel bedekte en openlijke haat, zou het hun gemakkelijk zijn geweest, in de gunst te komen. De kinderen van het bedrijfspersoneel was respect voor de jonge Bauers ingeprent. Maar dezen taalden naar gunst noch eerbied. Ze hadden elkaar. En als ze elkaar niet hadden, hadden ze zichzelf nog. Namen ze deel aan gemeenschappelijke spelletjes, dan bleef nog de afstand, die hen van de anderen scheidde. Ze verdiepten zich daar niet in, ze wisten het nauwelijks.
Ze waren al vroeg zelfstandig, elk op eigen wijze. Naarmate zij de kinderlijke naïveteit verloren, werden zij terughoudender tegenover hun vader, hoewel zij hem meer waardeerden. Een man, die op het onverwachtste moment met geschenken aankwam, speelgoed, boeken. Of eigenlijk kwam hij er niet mee aan. Hij liet het thuisbrengen, zei geen woord en deed of hij van niets wist. De jongens verborgen hun enthousiasme niet, maar het was de moeder, die het zag oplaaien. Ook de dokter wist uitbarstingen van levenslust in hen wakker te roepen. Hij zat vol grappen en kunstjes. Hij kon goochelen, op zijn handen lopen, haasje-over springen. Hij nam hen mee naar zijn huis, liet hun oude wapens en prenten zien, vertelde verhalen van verre landen, griezelig en opwindend.
133