niet alleen voor u en uw gezin, maar voor onze hele gemeente/ Waarom de hele gemeente? Wat hadden Jan, Piet en Klaas er aan, of de rijke industrieel Bauer een nieuwe woning betrok? Maar de burgemeester was een beter psycholoog dan de fabrikant. Zelfs de geringsten, de professionele armoedzaaiers, voelden iets van Bauers glorie op zich af stralen. Zij namen dieper dan voorheen de pet voor hem af. Nee, hij had geen reden om zich voor zijn weelde te schamen. De anderen verdienden niet meer dan het lot, dat hun was ten deel gevallen. Toch moest hij zich steeds op nieuwe bezigheden werpen, om zijn innerlijk evenwicht te bewaren. Het oude woonhuis ging tegen de grond. Hij zag de stenen vallen en het was of met het stuiven van de kalk het verleden wegstoof. Nog leefde er een geslacht, dat zich de oude toestand kon herinneren. Binnen weinige jaren zou dat er ook niet meer zijn. Dan was er een andere wereld, een jonge en driftige generatie, die niet zou malen om datgene wat zij van het voorgeslacht had meegekregen. Want dit was wel degelijk de tijd van de grote afbraak, die hij lang had voorvoeld. Inmiddels echter liet hij werken en bouwen. Ruime, lichte kantoren kwamen daar waar eenmaal sombere, bescheiden woonkamers waren geweest. Voor Bauer zelf was er een privé-kantoor met schrijfbureau en telefoon, clubfauteuils voor bezoekers, en andere stofferingen, die de nadruk legden op het gewicht van deze plaats. Staande voor een zijraam kon men nog juist een glimp van de zee op vangen. Maar het omlegkalendertje op de tafel en de onverbiddelijke wijzers van de wandklok markeerden een ander ritme dan dat van de wijde wateren. Dromerij en vertrouwelijkheid waren hier niet op hun plaats. Zakelijkheid gaf de toon aan, ook in die dingen, die vroeger van het hart waren geweest. Het personeel hoefde zich niet meer tot de patroon te wenden om bijstand in ziekte en andere onverwachte moeilijkheden. Vrijwel alles was geregeld: de uitbetaling van het loon, de verzorging van het gezin, ook bij eventueel overlijden. Bauer was een der eersten, zo niet de eerste, die voor deze zaken had gezorgd, al beviel de regeling hem maar half. Maar hij begreep, dat hervormingen niet lukraak kunnen geschieden, dat er een systeem en een organisatie moeten zijn, wil men iets blijvends tot stand brengen.
Toch bleven er nog onvoorziene noden te lenigen. De verhou
128