Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



nieuwe stond daar als een stralende jonge vrouw. Zo zag Bauer het opeens op een zonnige voorjaarsmorgen. Nog waren de ramen met verf bespat en hingen er geen gordijnen voor om de aanblik van het bouwwerk te verinnigen. Maar desondanks was het jong, gulhartig, levenslustig. Toen voelde Jan Bauer iets op zich aanwaaien. Het was niet de zeewind. Het was de geestkracht van een nieuw tijdperk, die hem toestroomde, heel zijn lichaam en zijn hoofd vervulde. Dwaasheid! Er kwam een nieuwe tijd voor zijn gezin, daar had de buitenwereld weinig mee te maken. Maar dit huis, dit jonge, struise bouwwerk, was toch niet door hem geschapen, het was het werk van de bouwmeester. Ging er iets nieuws open? Een verbondenheid tussen mensen, die grootse perspectieven opende? Hij vertelde zelfs Koos niets van wat hij op deze ochtend had ondergaan. Maar weken later, bij het betrekken van het nu geheel ingerichte huis, kwam dezelfde sensatie weer over hem. ‘Wij leven,5 zei hij, ‘wij veranderen!5

Koos keek hem verrast aan. Ze had haar eigen geluk om deze vernieuwing nauwelijks durven uiten. Zij stonden in de voorkamer, waarvan de ramen, ondanks de frisse dag, geopend waren. Een donkergroene zee bruiste onder hun ogen. Wolken hingen groot en brokkelig aan de einder.

‘Ja,5 zei Koos, ‘ik ben ook zo ontzaglijk blij!5 Hij had zich al afgewend, hij schaamde zich. Want hij bedacht opnieuw, dat hij zijn persoonlijke gevoelens veralgemeende. En dat nog altijd duizenden in ontbering leefden, ongelukkigen voor wie hij niets kon doen.

Er moest een kleine feestelijkheid zijn. Als fabrikant, als algemeen gezien man, had hij verplichtingen. Het huis kon velen opnemen. Ze liepen rond, ze keken hun ogen uit. Harmsen, de architect, had veel lof in ontvangst te nemen. Hij deed het schuchter, beminnelijk. Bauer, die geleerd had te spreken, ook als zijn hart hem er niet toe drong, was een behoorlijk gastheer. Maar hij straalde minder dan de overige aanwezigen. Als hij geen geld had gehad, geen succes, hoeveel waren er dan verschenen? Alleen dokter Blom was geen aanbidder van het gouden kalf, omdat hij nu eenmaal niets aanbad. Hij dronk zijn glas port en glimlachte zijn sceptische glimlach.

Burgemeester Hillen maakte het weer bar. Hij opende zijn onnozele mond tot een toespraak. ‘In dit uur van voldoening,

127

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.