verwonderde Bauer echter niet. Hij voelde zich trouwens niet verplicht, Bloms inzichten te delen, wel gebruik te maken van de verheldering, die de woorden van de dokter hem schonken. Maar in dit geval moest hij werkeloos toezien. Want langzaam overweldigde hem het gebeuren van deze tijd. Hoe men er ook tegenover stond, men kon de loop der dingen niet beïnvloeden. Vroeger, in zijn strijd tegen domheid en wantrouwen, had hij moeten leren, hoe moeilijk het is, de mensen in beweging te krijgen. Nu leerde hij, dat het onmogelijk is, zekere bewegingen, die zich aan de menselijke controle onttrekken, tegen te houden. Wat waren dat voor bewegingen? Kon men hen zien als de voltrekking van het plan Gods? Een woord voor een zaak, die hij niet kon doorgronden.
Bauer, de succesrijke ondernemer, was al spoedig weer een even stroef en gesloten man als de kleine dorpsbakker was geweest. cDu glaubst zu schieben und du wirst geschoben.. /
Ondanks dit inzicht, wierp hij zich met nog meer ijver op zijn zaken. Leven moest men, hoe het ook liep. Leven, de onwankelbare wetten vervullen, goedschiks of kwaadschiks. Er waren nog dingen genoeg, die het bestaan van de duistere machten konden doen vergeten. Koos’ toewijding, het jonge leven van de kinderen.
Men zag Bauer zelden met zijn gezin op straat. Hij wandelde doorgaans alleen, een enkele keer met zijn vrouw. De jongens, hoe klein ze nog waren, trokken er dikwijls tezamen op uit. De vader zag hen met liefde, maar hij kon even moeilijk met kinderen als met volwassenen opschieten. Hun jeugd kende geen schuwheid, ze klommen op zijn knieën en vleiden hem, wanneer ze iets van hem gedaan wilden hebben. Maar van spelen en stoeien was geen sprake. Bauer filosofeerde niet over het geheim van de kinderziel. Indien hem iets interesseerde, dan was het de mens, die in het kind zat verscholen, gelijk de bloem in de knop. Hij keek er zijn jongens wel eens op aan, maar er was niets te zeggen of te voorspellen. Hoe en wat ze zouden worden, lag nog in een nevelig verschiet.
Na veel geharrewar van wel en niet gaan, was Jan Bauer tot zijn gewoonte de kerk te bezoeken teruggekeerd. Terwijl de chaos groeide, was het geloof een vastheid, waar hij niet buiten kon. En ook kon hij niet buiten de manifestatie daarvan in
111