Ratten
Om bij de werkplaats van de schoenmaker Breukers te komen, moest men een tegelpad afdalen, dat eerst langs een op het straatniveau gelegen huis liep en vervolgens langs het kleinere en lager gelegen woonhuis van de schoenmaker. Daarachter stond de werkplaats, ongeveer vier bij vijf meter groot.
Veel klanten van Breukers hadden ruimschoots tijd voor een praatje, aangezien ze van begin oktober tot begin mei niets om handen hadden. Ze verhuurden in de zomermaanden strandstoelen of gemeubileerde kamers; ze exploiteerden een ijstent, een snuisterijenwinkel of een andere op het badseizoen aangewezen onderneming. ’s Winters leefden ze van wat er van hun zomerverdiensten overschoot of ze staken zich bij gebreke van een overschot in de schulden en gingen zelfs failliet. Breukers had daardoor al verschillende stroppen geboekt, overigens van bescheiden omvang. En deze stroppen werden nog kleiner, doordat af en toe een paar ter reparatie gegeven schoenen niet werd teruggehaald, misschien uit pure vergeetachtigheid, misschien uit financieel onvermogen. De eigenaar was doorgaans niet te achterhalen en Breukers deed daar ook geen moeite voor.
Een groot deel van de badplaatsbevolking was vlottend. Dit betekende dat er veel mensen aankwamen en vertrokken, mensen met onzekere werkzaamheden, steeds op drift en zonder belangstelling voor een paar gedragen schoenen, wanneer de fortuin of het noodlot hen plotseling naar elders riep. Maar er bleven er altijd voldoende over die het tegelpad afdaalden en een paar meter onder het
152