De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Inderdaad is hij kort tevoren in gepeins hier gepasseerd. Hij moet peinzen, want hij kan zich plotseling niet meer herinneren, waarom hij de deur is uitgegaan, waarheen hij op weg is. De kinderen... neen, niet de kinderen — maar wat dan? Een donkere daad, ja donker, zeer donker... De huizen verdwijnen als in een nevel, de rustige straat, de menschen... Als hij bij een kruispunt is aangekomen, blijft hij stilstaan, want hij weet geen richting te kiezen en het is ook niet noodzakelijk. Met de handen in de zakken staart hij voor zich uit, alsof hij op iemand wacht.

Zoo ziet Fannie hem staan en zij beeft en is buiten adem van inspanning, maar ook van bewogenheid, omdat zij hem eindelijk, eindelijk, weerziet.

— Lou! Lou!  stamelt zij en omklemt hem, zonder

verder op iets acht te slaan — ze willen je vermoorden! ... O, jongen, lieve, lieve jongen!...

Hij kijkt haar wezenloos aan.

Zijn tweede jeugd is voorbij.

Dec. ’33.

256

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.