97
MET KRACHTMIDDEL
jongejuffrouwen uit te noodigen tot het bijwonen .... nu ja van het een of ander feest. Moeder kon hiertegen niets doen, omdat het verdriet me door omstandigheden buiten haar berokkend werd. Als heel klein kind berustte ik volkomen daarin en droeg ik mijn leed geduldig, zooals elk normaal kind zich aan het onrecht, dat hem van buiten af wordt aangedaan, zonder tegenstand onderwerpt. Toen ik wat ouder was geworden en er dieper over nadacht, kwam ik tot de overtuiging dat Moeder althans bij familieleden beurten moest houden, daar het toch hetzelfde zou zijn wie van de kinderen tegenwoordig waren. Moeder was het in deze regeling in principe wel eens en ze voelde ook wel veel voor mijn verdriet, maar ik had zoowel hierbij als bij andere voorvallen den laatsten tijd steeds duidelijker getoond me zeer moeilijk in het onvermijdelijke te kunnen schikken.
Deze levenslust moet reeds als kind geleerd worden en daarom greep ze die gelegenheid daarvoor aan. Ze was toch feitelijk niet bij machte dit onrecht uit den weg te ruimen. Ze nam zich nu voor me geleidelijk te leeren berusten in dit voor mij zoo kwellende gemis. Ze vergoedde het op een of andere wijze, troostte liefderijk, toch werd ik bij elke invitatie meer en meer recalcitrant. Terwijl ik vroeger kort daarna weer opgewekt werd, bleef ik nu bedrukt rondloopcn, totdat het feest — soms veertien dagen later, — voorbij was. Ten slotte begon ik zelfs den avond van het feest te keer te gaan en bleef huilen totdat de kinderen thuis kwamen. Dit wilde Moeder mij tot eiken prijs aflecren, ofschoon ze wist, dat ze bij bijzonder streng optreden altijd tegenkanting van vader kreeg. Vader hield als medicus en... . vader, bij de opvoeding voor alles het biologische doel in het oog, hij wilde ons gezond en vroolijk zien, terwijl Moeder het sociale voorop
Jeugdherinneringen 7