91
EEN EMOTIEVOLLE DAG
den boom klimmen en hoepelen en stout zijn”, riep ik spontaan uit, waardoor ik weer het begeerde jongen zijn vereenzelvigde met studeeren.
Grootmoeder, practisch mcnsch, waschte me ecns frisch en stuurde me naar den tuin.
Ik had dien dag veel geleden, ik was overspannen, waardoor mijn prikkelbaarheid en impulsiviteit al grootcre afmetingen aannamen en toen ik om negen uur naar huis moest, bereikten ze hun toppunt, zoodat ik Grootmoeder, bij wie ik mijn gemoed wilde uitstorten, mijn leed uitdrukte in de vriendelijke afscheidswoorden:
„Nacht lieve Grootmoeder, ik hoop, dat u nooit meer jarig wordt.”
„Het is hoog tijd, dat het kind naar bed gaat,” merkte Moeder aan.
Iets, wat ik heden ten dage in dergelijke gevallen nog gaarne onderschrijf.