88
EEN EMOTIEVOLLE DAG
zoo een Hef, flink meisje is, mag ze vanmiddag bij ons eten.” Dat was voor mij, als jongere, een zeldzaam plcizier, dat me werkelijk hielp mijn verdriet te bchecrschen.
Tegenover het sterke gevoel van eigenwaarde, dat ik op weg had gehad, was de ontgoocheling zoo groot geweest. ,,Ik ga maar gauw naar huis om het Ma te vertellen", zei ik om mijn strijd ge-makkelijkcr te maken. Reeds in de gang barstte ik in huilen uit en riep heel verbolgen tot Moeder: ,,ik heb Grootmoeder niets gegeven, ik ga een matje voor haar vlechten! Ik wil nooit meer iets geven, dat niet van mij is!”
Tot heden wordt in onze familie mijn toenmalig besluit gehandhaafd. De kinderen geven alleen geschenken, waarvoor ze zich een of ander offer hebben getroost.
Met koortsachtigen ijver werkte ik het matje klaar. Toch bleef mijn stemming gedrukt, ik voelde me moe toen ik ’s middags uit eten ging en er behoefde maar weinig te gebeuren om mij opnieuw geheel uit mijn evenwicht te brengen.
Feest- en bloemvcrsieringen waren aangebracht en het was een drukke receptie geweest in de ont-vangsuitc, die weer voor het avondbezoek in orde moest worden gemaakt. Daardoor kwam Grootmoeder eerst beneden, toen de anderen aan tafel zaten. ,,Jammer”, zei ze zoo terloops tot Grootvader, „Mina heeft door de drukte een ongeluk gehad. Ze nam de slingers van de schilderijen af, toen de trap, die niet op den haak was, plotseling uitglced midden door „De Nachtwacht” heen, ik heb het schilderij al in de prullenmand geworpen."
„Maar Grootvader, een schilderij van Rembcandt in de prullenmand!" riep ik verschrikt uit. Aller oogen keken tegelijk in het blecke ontdane gezichtje.