XIII i
EEN EMOTIEVOLLE DAG |
HET was een prachtige voorjaarsmorgen, één jubel in de natuur en in het kinderhart! Daartoe was ook alle reden. Mijn lief Grootmoedertje vierde vandaag haar zcventigsten verjaardag en nu mocht ik, omdat ik al zes jaar was, voor het eerst alleen en zonder mantel met mijn nieuw paasch-jurkje aan, Grootmoeder gaan gclukwenschen en het gebruikelijke cadeautje brengen. We vonden het allen even prettig haar vreugde en dankbaarheid afzonderlijk te ondervinden; een kind maakt zoo graag blij en er bestond dan zulk een heerlijke intimiteit tusschcn ons beiden. Reeds onbewust voelden we het Engelsche kernwoord „Two is company and three is none”. Daar we van de verschillende geschenkjes het liefst de bloemen gaven, werd er elk jaar om geloot, wie van ons, kinderen, de bevoorrechte zou zijn. In gelukkig stapte ik met het extra mooie mandje met bloemen over den weg. ,,Dag Grootmoeder”, riep ik naar binnenstormende en nog eer ik haar kon omhelzen, riep zij verrukt uit: „Maar kindje, wat een prachtige bloemen! .... daarvoor heb je zeker je heelen spaarpot geleegd!”
Diep beschaamd stamelde ik met huilerige stem „nee—e—ik—ik—kan het heusch niet helpen; Maatje betaalt altijd alles, ik kom het u alleen maar ge . . . brengen!”
Grootvader, die als medicus mijn aandoening zoo goed begreep, trok me liefdevol naar zich toe en troostte: „Niet waar Grootmoeder! omdat zij