GODSDIENST BIJ OPVOEDING (VERVOLG) 8l
Gottfricd: „Waarom eigenlijk? Waarom wil je groot worden?” Christophe stond beteuterd. Na cenig zoeken zei hij: „Om liedjes te maken!”
Gottfried lachte en zeide: ,,Je wilt liedjes maken om een groot man te worden en je wilt een groot man zijn om liedjes te maken. Je bent net als een hond die zijn staart achterna loopt.”
Christophe voelde zich bcleedigd. Op elk ander moment zou hij niet verdragen hebben, dat zijn Oom, dien hij gewoon was te bespotten, zich op zijn beurt vroolijk maakte over hem. En tevens had hij nooit gedacht, dat Gottfricd zooveel verstand zou hebben om hem door een redencering vast te zetten. Hij zocht een argument of een brutaal antwoord, maar vond niets. Gottfricd vervolgde:
,,AI werd je zoo groot als een reus, je zoudt nooit een liedje kunnen maken!”
Christophe verzette zich: ,,En als ik ’t wil!” ,,Hoc meer je 't zult willen, hoe minder je ’t zult kunnen. Om liedjes te maken moet je worden als zij... . Luister”.
De maan was rond en glanzend achter de velden opgegaan. Een zilveren mist dreef even boven de aarde en over het spiegelende water. De kikkers kwaakten en in de weiden klonk de zangerige fluit van de padde. Het schrille getriller van de krekels scheen een antwoord op het trillen van de sterren. De wind deed zachtkcns de takken der elzen ruischen en van de heuvels boven den stroom daalde de teere zang van den nachtegaal in den avond.
Waarom? heb je behoefte om te zingen? Zingen zij niet beter dan alles, wat jij zou kunnen maken? Er bestaan voor alles liedjes (hij noemt hem verschillende stemmingen). Dat zijn liedjes van onzen Lieven Heer.
Christophe had dikwijls de nachtgeluiden ge-
Jcngdhermnermgen 6