GODSDIENST BIJ OPVOEDING 75
knakt. Haat, verachting, wantrouwen in ieder en in alles begon te kiemen. Niemand is goed, God is... . Ik kon haast geen afstand van hem doen, ik had hem zoo oprecht aangebeden.
Ik gooide mijn gebedenboek onder in de kast en zei voor het eerst sedert mijn vierde jaar, geen Nachtgebed.
Den volgenden dag snikte ik bij Moeder mijn leed uit. Het heeft haar heel wat moeite gekost me tot — het geloovcn in God — terug te brengen. Sedert dien tijd heb ik onder zeer bijzondere omstandigheden getwijfeld.
Het geloof acht ik alleen goed in de opvoeding van kleine kinderen, onder voorgeschreven, vaste bepalingen, die ik in een volgend opstel hoop voor te stellen.