GODSDIENST BIJ OPVOEDING
moest me kalmeercn. Ze stond voor een groote moeilijkheid. Ze wilde me leeren zwichten voor een anders meening, ze wilde me minder angstig, minder gevoelig hebben en toch.... vond ze het hard een kind te leur te stellen, dat zich zóó op de partij verheugd had en... . dat niet ondeugend was in den waren zin des woords. Toen ik mijn armen om haar hals sloeg en nog dringender, nog smeekender vroeg ,,Maatje\ lieve Maatje, doe het asjeblieft niet?” dreigde Moeder even zwak te worden. Er kwamen tranen in haar oogen. Ze had verdriet. Daartoe zou elke moeder gekomen zijn. Plots vermande ze zich en gaf de eerste bedekte straf. Ze verwachtte eigenlijk niet veel succes met onthouding van een of ander bij mij. Een kind, dat diep voelt en denkt, verlustigt zich zoo gauw weer in hare fantasie. Toch probeerde ze het nog, eer ze de voor mij strenge onfeilbare middelen toepaste door op mijn hart of op mijn schaamtegevoel te werken als zeggen, dat ik haar zooveel verdriet deed, of dat ik Zaterdag wel van Grootvader den zegen mocht ontvangen, maar dat ik zeggen moest, dat ik geen verrassing mocht hebben omdat.... ik zoo heel stout was. Ze wilde vóór alles een beroep op mijn verstand doen.
Haar tranen hadden me al een schrede verder gebracht. Heeft Ma om mij gehuild? echt gehuild? Zou ik Ma verdriet doen ?. . . . Neen, dan maar liever de kinderen.... O neen, dat kon niet, dat mocht niet, niet vallen....
Ze verlangde, dat ik haar beloven zou, vanavond het spel rustig te laten doorgaan en oprecht vroolijk te zijn.
Ze kende me zoo goed en merkte wel aan mijn stemming of ik me zelf overwonnen had. Ze wist dan zeker, dat ik woord zou houden.
„Ga nu dadelijk een uurtje alleen naar de kin-