GODSDIENST BIJ OPVOEDING
metselaarsloge repetecren”! in het salon maar, daar is het zacht vallen, stelde mijn broer argeloos voor.
„Vallen?” flitste het plots door mijn brein.
Ik kende het grapje toen niet, het wordt onder verschillende benamingen uitgehaald. Ik wil het daarom voor den oningewijde even toelichten. — Men plaatst drie stoelen naast elkaar en spant er een laken over. Daarna neemt men den middelstcn stoel er onder weg. Het licht wordt afgedraaid en twee van de kinderen gaan op de uiterste stoelen zitten. Eén voor één worden de slachtoffers binnen geroepen. Nadat de strekking van de loge door één van de broeders verklaard is, wordt het kind door den anderen broeder verzocht als lid toe tc treden en in hun midden plaats te nemen om den eerewijn te drinken.
Zoodra het kind zit, staan de beide broeders op en het nieuwe lid rolt op den grond. Overbezorgd als altijd, riep ik angstig uit; „Dat mag niet, het kind kan zich bezccrcn!”
„Neen,” zei Moeder, „laat dat maar aan mij over”.
„En schrikken!”, wierp ik nog tegen.
„Niets er van, ik zal wel voor de kinderen zor-gen”.
Toen ik begon tc huilen, dreigde Moeder „Rustig hoor”!
Smcekend vroeg ik toch nog, het spelletje niet tc laten doorgaan en toen ik elke poging om het tc beletten ijdel zag, riep ik wanhopig uit, „dan ga ik alle kinderen waarschuwen, het mag niet, het kan niet gebeuren!”
„Dan ga je onmiddellijk naar bed en je krijgt klappen in tegenwoordigheid van alle kinderen.”
„Laat me dan liever vóór de partij naar bed gaan, ik kan het niet hebben, Maatje! Maatje!
Ik wond me hoe langer hoe meer op. Moeder