I2Ö
MIJN EERSTE ONTGOOCHELING
waren in het salon te pronk gelegen en ontelbare malen was ik daarheen geslopen om er een steel-schen blik op te werpen. Ik vond het zoo prachtig!
De jongens vervolgden me met het liedje waarheen ik me wendde, waarom ik zitten ging. Mijn vriendinnetjes lichtten me toen in: Drie weken geleden had een koopman een kar vol van die geruite stofjes in de ghettobuurt gevent en zijn waar door dit verheven gezang aangeprezen. Hij had er de bewoners letterlijk mede bij elkaar geschreeuwd. Daar ik nog niet in de klas zat waar co-educatie was ingevoerd, had ik ook niet gehoord, dat de jongens uit die buurt al dadelijk het liedje op school ten beste hadden gegeven. Nu begreep ik. Ma had de stof van het jurkje „aan de kar” gekocht en had dit voor me verzwegen uit vrees, dat er tooneelen zouden plaats hebben en dat ik het jurkje niet zou willen dragen. Ze hadden er thuis schik van gehad, dat ik — onbewust van dit alles — met het jurkje in de wolken was. Ze hadden zich dus vroolijk over me gemaakt, zonder dat ik me had kunnen verdedigen en Ma had mede gedaan. Dat liet mijn zelfachting niet toe. Reeds het kind kan zonder deze niet tevreden leven. Een machtclooze woede maakte zich van me meester. Het „acht centen kost een el, koop het me af en je doet wel” verhitte als een! saterslicdje mijn brein en zonder eenige rekening te houden met de toekomst, gooide ik, als instinctmatige vcrgeldingsdaad, het eerste glaasje frambozenlimonade, dat me werd aangeboden, van boven tot onder over de jurk, welke daardoor geheel bedorven werd. De dunne stof van mindere qualiteit liet geen schoonmaken toe. Ecnigszins tot kalmte gekomen, besefte ik, toen ik het kleverige jurkje bezag, welk onheil ik had aangcricht. Nu werd ik eerst recht ongelukkig. Het kind voelt zijn leed zooveel onmetelijker dan de volwassene, omdat het