MIJN LOOFHUT
116
u ze maar alsjeblieft aan kleine zus, ik ben al zoo groot”.
Jetje, kordaat meisje, voelde er niet veel voor, ecns andermans werk over te nemen. Zoo kwamen de vruchten mijner fantasie, als alle zaken, die geen nut meer hebben, langzamerhand bij verschillende opruimingen in de prullenmand terecht.
De herinnering aan deze fantasie mijner kinderjaren brengt me nu nog dikwijls in een gelukkige stemming.