io6
MARIETJE
kens op de vraag „comprenez-vous” ? — dat was toch respectvoller dan „comprends tu”? —Marictje liet antwoorden „Oui, Madame” of „Non, Madame”. Dagen speelden wij tot beider genoegen hetzelfde spelletje. „Daar heb je de compreneetjes” van een jongen, die mijn pauwtrotsche houding had opgemerkt en ons stil was gevolgd, verscheurde wreed mijn heerlijken droom. Het was juist een zeldzaam warme zomer. Het werd een gewoonte dat ik Marietje in mijn vrijen tijd mcênam naar het Hortusplantsoen, dat lag aan de brug, die onze straat met de Plantage verbond. Het was daar een heerlijk plekje natuur en zoo veilig voor ons beiden. — Ik mocht nog niet alleen ver van huis gaan, ik was pas tien jaar oud — en mijn samenzijn met Marietje wilde ik onder geen voorwaarde door een geleide ontheiligd zien. Haar gezichtje straalde, als ik van de tccre vogeltjes en bloempjes vertelde. Ze voelde zich aan hen verwant. En naar mate haar wangetjes zich roodcr kleurden, fantaseerde ik door, gesuggereerd door haar smaak. Het was een gelukkige tijd, dien ik als kind beleefde. Is er voor de aanstaande vrouw, wel gelukzaliger gevoel denkbaar, dan toewijding te geven, die zoo wordt gewaardeerd, als Marietje de mijne deed? In haar dankbaarste oogenblikken vond ze Sophie een nare zus, mijn egoisme beaamde het. Wc deden Sophie onrecht. „Van den parkwachter houd ik toch ook wel een beetje”, biechtte ze fluisterend, toen hij aankwam. Hij stond haar oogluikend toe grasbloempjes te plukken, gaf haar zelfs één keer mooie rozen. Waarschijnlijk had hij ook een zwak dochtertje. Op een middag zei Marietje tot me: „Pa heeft gisteren verteld, dat het plantsoen vroeger een kerkhof is geweest, brrr!” Ze veronderstelde, dat wc nu op de grafjes van kinderen liepen. Dit gaf me een onbestemd bang voorgevoel. Ik voelde op-