Jeugdherinneringen

Titel
Jeugdherinneringen

Jaar
1925

Pagina's
150



XVIIMARIETJE

IEF Marietje, in toewijdende herinnering zie ik nog den blik, die me uit je

& vriendelijke oogjes zoo vertrouwclijk A tegenlachte, wanneer je aan mijn hand


!■    zielig naar school stumperde. Die blik

was „liefde” voor me, en staalde mijn toen eenigs-.zins wankelen levenslust. Het lijkt me nu een groote onbillijkheid van de Moeder, dat de tienjarige Sophie in hoofdzaak er toe was aangewezen, op het zwakke borstlijdende zesjarige zusje te passen. Ze kwamen daardoor beiden te kort. Sophie was zoo gezond speclsch, en werd zoo gemakkelijk afgeleid. Soms was ze op eens weg. Ze behoorde altijd tot de eersten, die het schoollokaal verlieten en vergat in haar dartelheid wel eens het zusje. Ik was altijd de laatste en nam dan het kindje mede. Ik aanbad het popje. Ik ging bij alles tot de uiterste grens, ook bij Marietje. Dit was gedeeltelijk het gevolg van het stadium, waarin ik verkeerde, hetwelk de ontwaking der zinnen voorafgaat, en dat de meeste kinderen op dien leeftijd doormaken. Ik was in dien tijd heel godsdienstig. Er waren nu in de komende dagen twee grootheden, die ik te ontzien had: God en Marietje. God om Marietje. Sophie, mijn klasgenoote, was niet minder medelijdend en hulpvaardig dan ik, maar zij was de gezonde werkelijkheid. Zij was geen persoonlijkheid om iemand te idealiseeren. Ze verveelde zich bij Marietje, die ze als een zeurpotje, een kruidje-roer-me-niet beschouwde. Velen hadden hetzelfde oordeel over het lieve kindje, met haar fletsblauwc kwijnende

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.