102
VRIJHEID VOOR „HET KIND”!
geheel ontkomen. Eens kreeg ik zoowaar een Ncder-landsche vertaling van „Les mystères de Paris” te pakken. Ze bestond uit zes en dertig kleine afleveringen. Ik nam voor den greep de bovenste mede, die de eerste bleek te zijn en in hoofdzaak een meesterlijke, aangrijpende beschrijving van het aanzicht der stad zelve omvatte. Ik legde ze met bevende handjes in mijn boek — speling van het lot — een o zoo lief, braaf Fransch kinderroman-netje „La poupée de Giselle”, waarmede ik in opdracht van Moeder in de voorlaan van Artis op een bank nog een uurtje zou gaan zitten lezen. — Ze had het kort te voren, na een bezoek aan haar zuster te Parijs, voor mij mede gebracht. — Ik had wel een en ander van Parijs gehoord, maar de vondst van „Les Mystères” werd voor mij een openbaring. Het lezen heeft zooveel indruk op me gemaakt, dat ik daarna nog tijden lang geregeld gedroomd heb van een stad in een zee van licht, die ik alleen kende uit de sprookjes, een tooverstad. Die droom heeft zich op latcren leeftijd van tijd tot tijd herhaald, totdat ik het eindelijk bereikt had Parijs werkelijk te aanschouwen en — waarschijnlijk door mijn te hoog gespannen verwachting — enkel op dit punt, mijn illusie omtrent Parijs ontgoocheld werd. Ik gaf me met zulk een nieuwsgierigheid, hartstocht tot weten, angst, ja met de meest opwindende gemoedsstemmingen aan den inhoud over, dat de voorvallen, die om me heen plaats vonden en die anders mijn grootste belangstelling of opmerkzaamheid wekten, me heel niet bewust werden. Zelfs het naar kooi brengen van de papegaaien hoorde ik niet, die bij hun aftocht gewoonlijk zulk een snijdend gekras aanhieven, dat ik er de ooren tegen toestopte. Dat het zonlicht tusschen de bladeren der boomen al minder en minder was gaan vallen ondervond ik eerst toen de duisternis de letters zoo vaag had ge-