METAALARBEIDER.
Veilig vliegt het hooge wezen en het gromt zijn zegelied, en de hooge wolken hooren en de hooge sterren zien naar dat wonder, uitverkoren, dat hen hoog, gedag kan bien.
Door de zeeën schuift het wonder groot van romp en groot van borst ’t hartgestamp trilt door zijn leden en de longen aadmen hoog:
’n huizing, vol bevalligheden en vernuft aan iedre boog.
Hoor ze door de steppen vliegen met haar adem als ’n paard, zooveel dagen ze kan snellen zooveel weken ze kan gaan: mijlen mijlen niet te tellen,
’s nachts de roode oogen aan.
Hebben borsten volgeladen hebben heupen volgemoerd
84