hebben in haar staart en wanden lafenis en schat verwacht: brengen volkren offeranden, leven licht en geest en kracht.
Metaal! Metaal!
Ijzer en staal Koper en lood, dood is het erts maar uw handmacht is groot.
Tikkert daar! Tikkert daar slag door de nacht,
veel vuurge oogen staan hoog en geheven mannen in bruin en mannen in blond mannen in blauw of naakt in hun leven buigen en haamren of nijgen ten grond.
Vuur en hun handen vuur en hun oogen het erts en het ijzer het staal en het lood, zie hoe zij ’t maken tot mast en guirlanden tot knipjes en knopjes tot nietsje en fijn iet, alles vermogen hun wetende handen, alles het vuur, dat hun vormen nagiet.
85