MIJN JONGE OPPERMAN.
’n Zang voor u mijn kameraad ’n zang voor uw eelthanden ’n eerzang om uw schoon gelaat dat als ’n vlam in ’t zonnen staat in ’t roode zonnebranden.
Uw jonge lijf is als metaal als van metaal gegoten, de nek bronsbruin en dicht als staal, uw schouders in hun breede praal als tinnen aan de sloten.
Uw breede borst lijkt sterken wal vooruit en zwaar sterksteenig, uw armen in hun neder val die zwieren stout en wederal als leeuwenarmen leenig.
En uwe handen als ’n vuur
die groote roode handen,
die vol van bloedkracht, gloedend puur,
door kralenbanen van azuur
als roode lampen branden.
82