EEREZANG MIJNWERKER.
’n Lied u ter eere.o sterke hakker van ’t edelst, dat de tijd begroef,
’n prijszang u mijn zwarte makker.
die puurt uit mijn, die puurt uit groev; die de lampen doet branden de wereld verlichtend en de nachten ’n gouden luister geeft, die bergen doet leven, het ijzerpaard plichtend, en de zeeën tot netten van wandel weeft.
Gij makker, mijn makker zoo zwart als uw hand en uw hoofd en uw borst zijn uw zwarte kolen, maar uw hart vraag ik op als ’n zonnepand
mijn makker, onze hulp naar ’t licht, zoo verholen.
Gij geeft het licht dat de wereld over
het duister vervangt en die wereld bevleugeld, die glans is vaster dan zonnetover
wat gij overmand wordt voor altijd beteugeld.
Wij vragen uw licht, maar ’t licht van uw hart wij zoeken den glans voor den ijzeren wake, wij willen door alle nacht en zwart
voor onzer de wereld zonnender maken.
80