ge hebt er de zielen als asch
doen verkolen,
wil hen toeblinken als baken
als feestvuur
’n gloedend verlangen,
’n fakkel bij dolen.
De Toren des Opstands brandt en de toren der schrik, papavers, rozen, van blanke stille vrede,
vlam en licht, vuur en brand bloemen doorgleden! goud en rood, rood en goud kokend en stout.