DE HOOGOVEN.
De Hoogoven de smeltkroes van ’t metaal, bijt als ’n toren vuurs de zwarte Heemlen in.
De roode flanken in vuur en vlammenpraal, de roode transen bouwen tin aan tin.
’n Witte ’n roode ’n gouden toren is ’t ze gloeien rookend kookende ineen goud, goud en rood in opstaan ’n roode blaakvlam is ’t, zacht bloeien daar papavers, de lelies heel sereen.
Zwart zijn ze en klein en hun kinders zijn gebogen, veel kracht hebben ze niet onschoon ze zijn,
77