Achter al dit zwarte kolken klimmen huizen naar den dag klimmen daken naar de wolken klimmen wijken zonder lach
van’n bloembed, boomguirlande: alles zwart en zwart en zwart als uw oog maat, als uw handen, als uw beest zijn keel ontward.
Zoo aan vele zwarte kaden met uw zwarte snelmachien, langs de vele wereldpaden
heb ’k u zwart en zwart gezien.
76